Tocht om de Noord (Dag 1)

Afgelopen zaterdag ging om 04.00 uur de wekker al. Ik dacht bij mezelf wat een lawaai maakt dan ding zo vroeg in de nacht. Ik verkocht hem een oplawaai, maar toen schoot het door me heen dat het vandaag de eerste dag van de Tocht om de Noord was. Ik moet om 06.00 uur in het atrium van het Zernike-campus zijn. Na mijn voeten behandeld en ingesmeerd te hebben en een licht ontbijt gebruikt te hebben rij ik bepakt en bezakt naar Groningen. Na overhandiging van de startkaart ontvangen we het raaisbewies, oftewel het Gronings paspoort. Hier op staat ook het Grunnens Laid, ons nationale hymne. (Druk op de link om het Gronings volkslied te horen). Vanaf Groningen werden we met bussen naar de startplaats Noordlaren, aan de grens met Drenthe, gebracht.

Noordlaren is een dorp in de gemeente Haren. Bijzonder is dat het dorp in een andere provincie ligt dan de Drentse plaatsen Zuidlaren en Midlaren ten zuiden ervan. Aan de oostkant wordt het begrensd door het Zuidlaardermeer.

De inwoners van het dorp droegen vroeger de Groningse bijnaam ‘Özzen’, wat vertaald kan worden als domkoppen. Dit hield verband met de terugtocht van de Münsterse bisschop ‘Bommen Berend’ van Groningen naar Coevorden: De bewoners van Noordlaren zouden toen de weg van Groningen naar Coevorden (de Zuidlaarderweg) hebben ondermijnd door hierin diepe kuilen te graven, waarin zij omgekeerde eggen legden met de punten omhoog, die zij vervolgens camoufleerden met takken. Het leger van de bisschop viel daarop het dorp binnen en brandde het grotendeels plat.

Noordlaren lag vroeger aan twee doorgaande routes.

  • De oostelijke onverharde weg van Haren via Onnen naar het dorp en verder naar Zuidlaren. Deze weg was tot ver in de 19e eeuw alleen in de zomer begaanbaar. In 1852 werd het stuk tussen Onnen en Noordlaren op kosten van jonkheer Van Swinderen en andere inwoners van Noordlaren verhard tot grindweg. Verdere verbetering van de weg tot aan de provinciegrens vond plaats in 1870. In 1876 werden voor de bekostiging van het onderhoud twee tollen ingesteld, die tot 1906 hebben bestaan. In 1929 werd de weg verhard tot asfaltweg. In 1952 werd een fietspad langs de weg aangelegd, dat in 1970 werd geasfalteerd.
  • De westelijke route langs Noordlaren was de (hoge) Hereweg of Oude Coevorderweg (nu Zuidlaarderweg) vanaf Blankeweer  over de Noordlaarder es langs Noordlaren in de richting van Zuidlaren. De inwoners van Noordlaren werden door de stad Groningen verplicht om bij te dragen in het onderhoud van deze weg. Bijvoorbeeld in 1701, toen werd aangegeven dat de ‘Northlaerders’ net als andere dorpen hun ‘district’ van de toen ‘onduchtlich’ onderhouden weg in goede staat dienden te houden. Wanneer zij dit niet zouden doen dan zou de ambtman van Selwerd de opdracht krijgen om de weg te herstellen op ‘dobbelde’ kosten van de dorpen. Tussen 1727 en 1730 werd deze weg aanmerkelijk verbeterd. In 1848 werd de weg verhard en kwam er een tol op de hoek van de Vogelzangsteeg en over de grens met Drenthe. De laatste tol werd pas in 1940 opgeheven. Na jaren van discussie werd in 1983 aan beide zijden van de weg een fietspad aangelegd.

Na een rondje over de ijsbaan krijgen wij onze eerste stempel en gaan wij van start voor een mooie wandeling terug naar Groningen. Direct na de start worden we over het erf en door de stallen van een boerderij geleid. Nadat we de boerderij achter ons gelaten hebben, lopen we naar de kerk. De weg er naar toe wordt aan beide kanten verlicht met waxinelichtjes, wat een feeërieke sfeer oproept. De route loopt door de kerk heen en er is hier ook iemand die uitleg geeft over wat er allemaal voor bijzonders in de kerk te zien is. We lopen verder en komen bij een haventje waar een traktatie wacht. Hierna lopen we de Oostpolder in.

De Oostpolder is een veenweidegebied. De huidige beheerder van het gebied is het waterschap Hunze en Aa’s. Samen met de Onnerpolder ten noordwesten ervan vormt de Oostpolder tegenwoordig een natuurgebied van stichting Het Groninger Landschap. Het gebied vormt onderdeel van de ecologische hoofdstructuur van Nederland. Sinds 2005 is het tevens aangewezen als waterbergingsgebied. In het gebied staat sinds 2002 een uitkijktoren, waar vanaf Radio Langs de Lijn verslag deed van deze editie van de Tocht om de Noord. De polder heeft totale oppervlakte van 521 hectare. Nadat we door de polder heen gelopen zijn komen we in Onnen. Hier worden we vergast op een heerlijk ontbijtbuffet. We kunnen kiezen uit verschillende soorten brood en broodjes die we naar keuze kunnen beleggen met kaas, vleeswaren of zoet broodbeleg. Ook krijgen we er een hardgekookt ei bij. Samen met de koffie en sinaasappelsap hebben we weer genoeg energie om door te gaan.

We lopen verder naar het 2 kilometer verderop liggende Haren, het Wassenaar van het Noorden. Haren ligt op de noordelijke uitloper van de Hondsrug. De vroegste sporen van bewoning gaan terug tot zo’n 4500 jaar geleden. De naam Haren dankt zij ook aan haar ligging. Het woord ‘haar’ betekent hoge rug in het landschap begroeid met grassen en struikgewas.  Als plaats wordt Haren voor het eerst officieel genoemd in het jaar 1249. De oude kerk is gebouwd in de eerste helft van de 13e eeuw, waarschijnlijk op de plaats waar vroeger een heidens heiligdom stond. De kerk wordt voor het eerst vermeld in oude geschriften op 8 juni 1360. Rond 1600, na de reformatie, werd het een protestantse kerk. De toren is een aantal keren afgebrand, onder meer in 1465 en 1501. In 1914 werd de toren onder leiding van rijksbouwmeester C.H. Peters ingrijpend gerestaureerd. Het eenvoudige schilddak werd vervangen door een opvallende achtkantige houten torenspits, met leien gedekt, waarvan er maar weinig zijn in Nederland.

In het buurthuis is onze eerste stempelpost en hebben we nog 26,7 kilometer te gaan naar de finish. Ook is er hier de mogelijkheid om iets te eten of te drinken en om een sanitaire stop te maken. Na een stempel gehaald te hebben lopen we door. De route loopt door en langs basisscholen, waar we een handdruk achter konden laten. Verder lopend wordt ons de weg versperd door een brandweerwagen. We kunnen niet links om en we kunnen niet rechts om, dus er blijft alleen maar over om er dwars door heen te gaan. De hele straat erachter is uitgelopen om ons aan te moedigen. Daarna gaan we de bocht door en lopen we naar de ecologische zorgboerderij De Mikkelhorst. Er is hier ook van alles te beleven, want er wordt tevens het oogstfeest gevierd. We lopen over het terrein van De Mikkelhorst naar het grasland erachter. Dit is de Oosterpolder. De Oosterpolder is een inmiddels weer natte polder tussen Haren en het Winschoter Diep. Het landschap is heel gevarieerd. In de gegraven waterplas leven veel watervogels, er is een moerasbosje met elzen waar reeën zich overdag schuilhouden. De kleine bonte specht woont in de oude bomen in de voormalige eendenkooi. In de natte delen groeien planten als gele waterkers en oeverzegge, kruipende boterbloem treft u aan in de graslanden. Er loopt een wandelpad door de polder, waar wij dus gebruik van maakten.  Vanachter het vogelkijkscherm bij de waterplas kunnen we de vogels rustig bekijken zonder ze te verstoren.
De Oosterpolder maakt net als de andere Zuidlaardermeerpolders deel uit van het beekdalsysteem van de Hunze. Na de voorlaatste ijstijd vormde smeltwater het brede en diepe stroomdal van de Hunze. Zowel het grondwaterpeil als de zeespiegel stegen en de invloed van de zee was tot voorbij Emmen merkbaar. Later volgden perioden waarin afwisselend zand, veen en klei werden afgezet.

Wanneer we door de Oosterpolder heengelopen zijn, komen we uit op de weg naar Waterhuizen. Na een rondje over Scheepswerf Pattje, waar regelmatig schepen te water worden gelaten, steken we het Winschoter Diep over om richting Groningen te lopen. Op een gegeven moment gaan we het weiland in tordat we uitkomen op het industrieterrein Euvelgunne. Op dit industrieterrein staat ook de fabriek van Hooghoudt. Dit is tevens onze tweede stempelpost. Na een rondleiding door de distilleerderij en een proeverij lopen we verder over het industrie terrein, langs de Gamma en de Ikea ver de Sontbrug en de Berlagebrug om vervolgens langs het Eemskanaal te lopen. Langs de haven en onder het Damsterdiep door lopen we aan de oostkant van Groningen naar de Oostersluis. Via de Pop Dijkemaweg komen we in De Hunze.

De Hunze is een wijk in het noorden van de stad Groningen, gelegen tussen het Van Starkenborghkanaal en Beijum. De wijk is gebouwd in de periode 1989 tot 1995. Voor de bouw is het terrein uitgebreid onderzocht door stadarcheoloog en Stichting Monument en Materiaal. Uit dit onderzoek bleek dat in de veertiende eeuw aan waar nu De Klerkstraat ligt een steenhuis van een roofridder had gestaan.

De naam van de wijk verwijst naar de gelijknamige rivier die door dit gebied zijn oorspronkelijke loop had. Een overblijfsel van de stroom is nog te vinden aan de rand van de wijk. Daar ligt een afwateringssloot die de scheiding tussen de wijken De Hunze en Van Starkenborgh vormt. Deze sloot is ook wel bekend als Selwerderdiepje. Groenvoorzieningen treft men aan aan de randen van de wijk: het wijkpark, bosschages aan de ringweg en de Hunzedijk. Sinds 2004 beschikt de wijk over een eigen buurthuis, De Hunzeborgh. Hier is van alles te verkrijgen. Koffie, thee, broodjes bal en worst. Ook met ham en kaas en natuurlijk allerlei soorten frisdrank. Wij drinken hier een kopje koffie en genieten van een heerlijk zonnetje. Het leven is goed op het Groninger land. Na een korte pauze lopen we verder naar het Bezoekerscentrum Reitdiep van het Groninger Landschap. Het Reitdiep is de gekanaliseerde benedenloop van de Hunze. Het Reitdiep tussen Groningen en Dorkwerd is al in de eerste helft van de 13e eeuw tot stand gekomen ter bevordering van de scheepvaart. Dit deel werd in historische bronnen ook wel Westerdiep genoemd ter onderscheiding van de Hunze, die Oosterdiep werd genoemd. Het Reitdiepgebied behoort tot de oudste cultuurlandschappen van Europa. De sterk meanderende rivier de Hunze (nu Reitdiep) verbond Groningen met de zee. In het huidig landschap zijn op veel plaatsen de oude rivierbeddingen nog goed zichtbaar, bijvoorbeeld rond het Oude Diepje bij Winsum. De eerste verkavelingen zijn nu nog zeer goed zichtbaar en niet veel veranderd. De meeste lijnen zijn zo’n 1000 jaar oud en daarmee is die tijd heel tastbaar aanwezig.

Na een kopje koffie gedronken te hebben, gaan we weer op pad voor het laatste deel van deze dag. Terug naar het Zernike-complex. Eerst lopen we nog een heel stuk door het weiland om vervolgens over het fietspad naast de spoorbrug het Van Starckenborghkanaal over te steken. We lopen langs de velden van VV Groningen en slaan het wandelpad in dat rond de begraafplaats “Selwerderhof” loopt. We slaan af en lopen de Zernikelaan op. We lopen door de Energy Barn, een lokaal en duurzaam pand. De stromuren en de high-tech apparatuur die gebruikt werden bij de bouw, zorgen voor de duurzaamheid.

De Energy Barn werd door studenten van de Hanzehogeschool Groningen, leerlingen van het Alfa-college, docenten, bedrijven, instelling en (eind) gebruikers samen gerealiseerd. De Energy Barn werd in opdracht van energieproeftuin EnTranCe gebouwd en staat op de Zernike Campus in Groningen. Bouwen met stro heeft diverse voordelen zoals: een hoge energiewaarden, een lage carbon footprint en het is cradle to cradle te bouwen. Deze manier van bouwen is de ultieme vorm van duurzaam ondernemen. Het betekent dat de grondstoffen die je gebruikt volledig hergebruikt kunnen worden, zonder hun waarde te verliezen. De stro is afkomstig uit Noord-Nederland. Hierdoor is strobouw dus bij uitstek een heel duurzaam product uit de regio.  Binnen The Energy Barn moet zichtbaar worden dat energietransitie een belangrijk speerpunt is. Het is niet alleen belangrijk om nu te beschikken over energie, maar om ook in de toekomst verzekerd te zijn van energie.

Na deze leerzame tussenstop is het nog ongeveer een kilometer naar de finish, waar we feestelijk onthaald worden. Eenmaal binnen staat de soep en brood voor ons klaar.

Klik hier voor een foto-reportage

Klik hier voor een video-impressie